De grote houtwormkever

De grote houtwormkever (Xestobium rufovillosum Degeer)

De grote houtwormkever wordt ook wel bonte knaagkever of doodskloppertje genoemd. Deze keversoort behoort evenals de gewone houtwormkever tot de klopkevers. De larven ontwikkelen zich bij voorkeur in eikenhout, al kan de ontwikkeling ook plaatsvinden in andere loofhoutsoorten. heel soms worden ze aangetroffen in naaldhout.

Kevers ondergaan een ontwikkeling in 4 stadia: ei–larve–pop–adult. Dit is een tijdsbestek van ongeveer 3 jaar.  Als de kever het hout verlaat, ontstaat een ronde uitvliegopening met een doorsnede van 2,5-4 mm. Nieuwe uitvliegopeningen en vers boormeel duiden op een actieve aantasting van het hout.

Uiterlijke kenmerken:

  • donkerbruin van kleur met gele vlekken
  • langwerpig, behaard lijf
  • de kop lijkt op een monnikskap
  • 4,5 tot 9 mm groot


Schade

De grote houtwormkever tast vooral loofhout aan, eiken, iepen en kastanje hout. Daarnaast wordt soms grenenhout aangetast. De aantasting betreft zowel spint- als kernhout. Vooral hout van balkeinden en verbindingen worden aangetast.
Niet alleen houten balken en constructies kunnen worden aangetast, ze zorgen ook voor schade in meubels en andere objecten. Voor u overgaat op een houtwormbestrijding, is het van belang om eerst na te laten gaan of de sterkte van het hout nog voldoende is. Houtwerk van onvoldoende sterkte moet vervangen worden.